Over het algemeen stoot tapijt veel minder vluchtige organische componenten (VOC) uit dan andere bouwmaterialen zoals verf, lijm of laminaatvloeren.
Bij tapijt wordt de belangrijkste potentiële bron van VOC’s gevormd door een component (styreen) van de latex die in de ruglaag van het tapijt wordt verwerkt. Andere, minder belangrijke bronnen zijn de hulpstoffen voor textiel en verf, wanneer deze tijdens het proces niet volledig worden uitgewassen.
Tijdens de afgelopen 20 jaar heeft AW, samen met de andere tapijtproducenten die deel uitmaken van GUT (Gemeinschaft Umweltfreundlicher Teppichboden e.V.), de VOC-uitstoot van zijn producten jaar na jaar gereduceerd en onder controle gehouden. De door GUT vastgelegde grenswaarden (limietwaarden die niet mogen worden overschreden) werden daarbij elk jaar eveneens gevoelig verlaagd. Deze grenswaarden liggen vele malen lager dan de limietwaarden die door instellingen zoals AgBB* en de Europese Commissie** worden gehanteerd.
Vandaag zal een tapijt dat voldoet aan de strenge criteria van de GUT-test, op geen enkele wijze bijdragen aan de vervuiling van de lucht binnenshuis. Alleen tijdens de eerste weken zullen uiterst kleine VOC-hoeveelheden vrijkomen die geen enkel gezondheidsrisico vormen. Na deze korte periode stopt de emissie. Met andere woorden: vasttapijt is veilig en vormt geen enkel gezondheidsrisico.
Naast limietwaarden voor VOC’s heeft GUT het gebruik van een aantal stoffen in de productie van tapijt verboden of strenge limietwaarden opgesteld die niet mogen worden overschreden. Het betreft hier bepaalde verfversnellers, kleurstoffen, brandvertragers en actieve biocidale stoffen.
Let op als je kamerbreed tapijt verlijmt: vermijdt het gebruik van lijmen op basis van solventen. Deze kunnen immers belangrijke VOC-emissies veroorzaken. In de handel zijn voldoende solventvrije alternatieven verkrijgbaar om je tapijt te verlijmen.
* AgBB: Ausschuss zur gesundheitliche Bewertung von Bauprodukten, een Duitse instelling die verantwoordelijk is voor de gezondheidsgerelateerde evaluatie van bouwproducten.
** ECA: “European Collaborative Action” Indoor Air Quality & Its Impact on Man, Chapter 5 of Report No 18.
Volatile Organic Compounds of Vluchtige Organische stoffen (VOS). Dit is een verzamelnaam voor een reeks koolwaterstofverbindingen die gemakkelijk verdampen bij kamertemperatuur. In huishoudelijke producten vinden we drie soorten VOC’s terug:
Specialisten zijn het er niet over eens in welke mate VOC’s problemen veroorzaken. Volgens sommige deskundigen hebben de meeste mensen er geen last van, terwijl deze stoffen bij een enkeling symptomen opwekken die lijken op een allergische reactie. Anderen gaan er van uit dat de gezamenlijke dampen van VOC’s giftig zijn en dat ze bijna allemaal irritaties opwekken. Het merendeel van de VOC’s zijn synthetisch. Ze komen echter ook in de natuur voor, zoals bijvoorbeeld in het citrusaroma van een sinaasappel. VOC’s veroorzaken onder meer irritatie van de oogslijmvliezen, neus- en keelproblemen, hoofdpijn, allergische reacties van de huid, misselijkheid, vermoeidheid en duizeligheid. De concentratie aan VOC’s ligt in huis hoger dan erbuiten. Formaldehyde, organochloride en fenolische samenstellingen hebben de grootste risicofactor. Mensen komen het meest in contact met VOC’s door stoffen in verf en lijm, huishoudelijk werk en pesticiden om ongedierte te bestrijden.
Het gemiddelde huis bevat ruim 40 vluchtige organische stoffen. We gebruiken duizenden producten, vaak zelfs dagelijks, die VOC’s uitstoten bij kamertemperatuur. Daaronder zijn heel wat huis-, tuin- en keukenproducten zoals wasverzachters, verfproducten, persoonlijke verzorgingsproducten, reinigingsmiddelen, bouwmaterialen, en kantoorproducten, zoals lijmen, plakband, viltstiften, enz.
Als je producten gebruikt die VOC’s uitstoten, zorg er dan steeds voor dat je huis goed geventileerd is. Blikken met ongebruikte verf bewaar je best niet in huis. Probeer daarnaast zoveel mogelijk de bronnen van VOC’s te vermijden.
'Ik ben allergisch voor tapijt!'. Een uitspraak die je waarschijnlijk niet onbekend in de oren klinkt. En toch… allergie voor tapijt bestaat niet!
Scandinavisch onderzoek heeft immers onomstotelijk uitgewezen dat er geen enkel oorzakelijk verband bestaat tussen allergieën en tapijt. Tussen 1975 en 1995 verdrievoudigde het aantal allergiepatiënten in Zweden, terwijl tapijt in meer dan 70% van de slaapkamers verwijderd werd en vervangen werd door een harde vloer
Wanneer het immuunsysteem reageert op lichaamsvreemde stoffen (allergenen), spreken we van een allergie. Die stoffen hoeven op zich zelfs niet schadelijk te zijn (bijvoorbeeld stuifmeelkorrels, huidschilfers of haren van dieren, uitwerpselen van huisstofmijt, schimmelsporen of voedselbestanddelen). De allergenen vinden hun weg naar het menselijk lichaam vooral via de huid en de luchtwegen. Het immuunsysteem probeert ze daarna door een soms ‘overdreven’ allergische reactie onschadelijk te maken. De symptomen die met een allergie gepaard gaan (loopneus, tranende ogen, jeuk, benauwdheid, diarree) zijn geen gevolg van het allergeen zelf, maar van de reactie van ons immuunsysteem op dat allergeen. Bekende allergische reacties zijn bijvoorbeeld hooikoorts en contacteczeem.
Duits onderzoek heeft aangetoond dat tapijt helemaal geen ideale broedplaats vormt voor huisstofmijt.
Temperatuur en relatieve vochtigheid zijn veel belangrijkere factoren voor het goed gedijen van de huisstofmijt. De driedimensionale poolstructuur van tapijt houdt de fijne allergeendeeltjes vast tot de volgende stofzuigbeurt. Op die manier voorkomt tapijt dat allergisch materiaal (zoals de uitwerpselen van de stofmijt) in de atmosfeer terechtkomt. Naast stofzuigen is een goede ventilatie van de ruimte van het grootste belang in de strijd tegen allergenen.
Wanneer tapijt volgens de regels van de kunst wordt onderhouden, zijn allergie- en astmapatiënten beter af met tapijt dan met andere vloerbekledingen!
Kan een bron voor allergische reacties zijn. Deze allergene materie bestaat eigenlijk uit verschillende stoffen, waaronder de huisstofmijt.
Ofwel Dermatophagoides pteronyssinus. Deze mijt (lengte: ca. 0,3mm) leeft in huisstof en vermenigvuldigt zich voornamelijk in matrassen en hoofdkussens. Huisstofmijten horen bij het ecologisch systeem van elke woonruimte en zitten winter en zomer, lente en herfst in onze woningen. Met de hygiëne (of het vermeende gebrek daaraan) van de bewoners heeft het aantal huisstofmijten niets te maken.
De huisstofmijt komt in alle landen en alle klimaten voor, behalve op grote hoogte. Daar kan hij zich immers moeilijk voortplanten. De huisstofmijt prefereert een temperatuur tussen 21 en 26 º Celsius en een luchtvochtigheid van 65-75%. Zijn dieet bestaat onder meer uit menselijke huidschilfers in beddengoed. De gezondheidsklachten bij de mens worden niet door de mijt zelf veroorzaakt, maar door zijn uitwerpselen. Als die uiteenvallen vormen ze zulke kleine deeltje dat ze kunnen doordringen tot in de longblaasjes. Daar lokken ze dan een astma-aanval uit. Zowat 10% van de Westerse bevolking zou allergisch zijn voor huisstofmijten.